Voor leraren

Nieuwe leesdoelen, terwijl we het oude antwoord al kennen: lezen

e nieuwe kerndoelen geven boeken, leesmotivatie en een vaste leesroutine terecht meer aandacht. Maar één concrete afspraak ontbreekt: hoeveel leerlingen daadwerkelijk moeten lezen. Onderzoek laat al jaren zien dat veel leeservaring en leesvaardigheid elkaar versterken. Misschien moet het doel daarom eenvoudiger en concreter: iedere dag meters maken.

De nieuwe kerndoelen voor Nederlands zijn op het gebied van lezen wat mij betreft een verbetering.

In de oude kerndoelen uit 2006 stond vooral dat leerlingen informatie uit teksten moesten kunnen halen, leesstrategieën moesten leren gebruiken en plezier moesten krijgen in lezen. Dat laatste klinkt mooi, maar was behoorlijk vrijblijvend. Bron: SLO – Kerndoelen primair onderwijs 2006

De nieuwe doelen gaan een stap verder. Scholen moeten zorgen voor een rijke taal- en leesomgeving, een veelzijdig en actueel aanbod van jeugdliteratuur én (belangrijk!) dat aanbieden binnen een vaste leesroutine. Ook het ontwikkelen van een eigen leesvoorkeur en het daadwerkelijk lezen van boeken en teksten krijgt expliciet aandacht. Bron: SLO – Actualisatie kerndoelen

Dat vind ik winst.

Maar juist daardoor valt mij ook op wat er nog steeds niet staat:

Hoeveel moet een kind eigenlijk lezen?

We weten dit toch al?

Misschien klinkt mijn oplossing bijna te eenvoudig, maar volgens mij maken we lezen soms ingewikkelder dan nodig.

Wie beter wil leren voetballen, moet veel voetballen. Wie beter piano wil leren spelen, moet uren achter dat instrument zitten.

En wie beter wil leren lezen, moet vooral veel lezen.

Niet alleen korte tekstjes met vragen eronder. Niet telkens voorspellen wat een tekst gaat zeggen, signaalwoorden onderstrepen of de hoofdgedachte aanwijzen. Dat zijn hulpmiddelen die soms nuttig kunnen zijn.

Ik bedoel gewoon: een boek pakken en meters maken.

Daar is behoorlijk veel onderzoek voor.

De Nederlandse onderzoekers Suzanne Mol en Adriana Bus voegden 99 onderzoeken met in totaal 7.669 deelnemers samen. Zij vonden duidelijke verbanden tussen leeservaring en onder andere technisch lezen, spelling en begrijpend lezen. Bovendien beschrijven ze een zichzelf versterkende spiraal: kinderen die goed lezen, lezen meer en door die extra leeservaring ontwikkelen hun leesvaardigheden zich verder. Ook zwakkere lezers blijken van zelfstandig lezen te kunnen profiteren. Bron: Mol & Bus (2011), To read or not to read

De Onderwijsinspectie ziet hetzelfde patroon in Nederlandse scholen. Leerlingen die vaker voor hun plezier lezen, zijn gemiddeld vaardiger in begrijpend lezen dan leerlingen die buiten school minder lezen. De Inspectie concludeert dan ook dat leerlingen gestimuleerd én gefaciliteerd moeten worden om te blijven lezen. Bron: Inspectie van het Onderwijs – Peil.Leesvaardigheid

Ook de OECD beschrijft dat verband als tweerichtingsverkeer: leerlingen die regelmatig lezen verbeteren door oefening hun leesvaardigheid; betere lezers gaan vervolgens vaker lezen, waardoor onder andere hun woordenschat en tekstbegrip verder groeien. Bron: OECD – PISA 2018 Results

Maak leestijd dan ook een doel

Daarom zou ik in de nieuwe kerndoelen graag nog één heel eenvoudige regel zien:

Iedere leerling leest iedere schooldag minimaal een vastgesteld aantal minuten zelfstandig in een boek.

Wat mij betreft bijvoorbeeld vijftien of twintig minuten.

Niet omdat onderzoek bewijst dat precies minuut zestien een kind ineens een betere lezer maakt. Zo’n magische grens bestaat niet. Het concrete aantal minuten is een beleidskeuze.

Maar een minimum doet wel iets wat de formulering vaste leesroutine niet doet: het garandeert dat er daadwerkelijk gelezen wordt.

Want een vaste leesroutine kan op een school ook betekenen dat er op dinsdag en donderdag tien minuten wordt gelezen. Formeel heb je dan een routine. Veel meters worden er niet gemaakt.

Natuurlijk is lezen alleen niet genoeg

Een leerling die woorden nog moeizaam ontsleutelt, heeft goede instructie nodig. Woordenschat, achtergrondkennis en begeleiding zijn belangrijk. De nieuwe kerndoelen besteden daar terecht aandacht aan.

Mijn punt is daarom niet:

schaf het leesonderwijs af en geef ieder kind een boek.

Mijn punt is juist veel eenvoudiger:

je kunt kinderen alles óver lezen leren, maar uiteindelijk moeten ze het vooral heel veel dóén.

De nieuwe kerndoelen bewegen gelukkig in die richting. Ze geven boeken, literatuur en een vaste leesroutine veel nadrukkelijker een plaats dan de oude doelen.

Nu nog de laatste stap.

Niet alleen zeggen dat kinderen moeten lezen.

Er iedere dag daadwerkelijk tijd voor reserveren.

Bronnen

SLO – Kerndoelen primair onderwijs
https://www.slo.nl/sectoren/po/kerndoelen/

SLO – Actualisatie kerndoelen en examenprogramma’s
https://www.slo.nl/thema/meer/actualisatie-kerndoelen-examenprogramma/actualisatie-kerndoelen/

Mol, S.E. & Bus, A.G. (2011) – To read or not to read: a meta-analysis of print exposure from infancy to early adulthood
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21219054/

Inspectie van het Onderwijs – Peil.Leesvaardigheid
https://www.onderwijsinspectie.nl/documenten/2022/06/08/factsheet-peil.leesvaardigheid-einde-speciaal-basisonderwijs-2020-2021

OECD – PISA 2018 Results: reading engagement and performance
https://www.oecd.org/en/publications/pisa-2018-results-volume-ii_b5fd1b8f-en/full-report/component-14.html

Dit is ook hoe ik de volgende blogs zou opmaken: normale klikbare bronlinks in het artikel + een compacte bronnenlijst onderaan. Dan ben je niet afhankelijk van de ChatGPT-bronverwijzingen en blijft alles gewoon intact in WordPress.

Even overleggen?

Loopt je kind ergens op vast?

Een kennismaking is gratis en vrijblijvend. Vertel me gerust waar je kind tegenaan loopt.